Bouw nieuw gemeentehuis

1966

De bouw van het Raadhuis kent een lange geschiedenis. In feite beginnen de plannen al in 1938, als het toenmalige College een bezoek brengt aan Alphen aan de Rijn, waar op dat moment een nieuw raadhuis in gebruik wordt genomen. In 1948 wordt voor de bouw van een nieuw raadhuis f 25.000,– op de begroting gereserveerd en in 1951 is men druk met het aankopen van grond voor de bouw. De geprojecteerde locatie is hoek Kerkewijk-Industrielaan, de plaats waar nu Woonzorgcentrum De Engelenburgh staat. Bureau Van Embden krijgt de opdracht het gebouw te ontwerpen.

De financiën zijn echter een terugkerend probleem. In 1951 komt men klem te zitten. Het opknappen van het oude politiebureau achter het gemeentehuis is broodnodig, maar de raadsleden zijn het er over eens dat het zonde is om er op dat moment f 17.000,— aan te besteden. Hierbij speelt ook al de annexatie van Gelders Veenendaal een rol, want met de uitbreiding van het aantal inwoners is zeker ook de uitbreiding van het politiebureau en het raadhuis gewenst. De benedenverdieping van het oude gemeentehuis wordt toch gerenoveerd, omdat de haveloosheid niet langer aan te zien is, maar men is het er over eens dat het weggegooid geld is. Ook het politiebureau wordt in de renovatie meegenomen. De Vallei vergelijkt de oude cellen met varkenshokken en is zeer positief over de drie nieuwe keurige cellen.

In 1952 wordt de bouw steeds urgenter en op 23 november van dat jaar zijn de plannen voor het nieuwe gemeentehuis zo goed als klaar. De kosten worden geraamd op een miljoen gulden. In januari 1953 is de financiële toestand van de gemeente zodanig verbeterd, dat de bouw kan plaatsvinden. In november zijn de ontwerpplannen klaar en de kosten worden nu begroot op 1.25 miljoen.

In februari 1954 wordt de ondernemingsbelasting van hogerhand geschrapt en dat slaat een flink gat in de gemeentelijk begroting. Dat heeft grote gevolgen voor de bouw van het raadhuis. De kosten zijn al opgelopen tot 1,5 miljoen gulden.

In de gemeentebegroting van 1955 wordt weer dringend gewezen op de bouw van een nieuw raadhuis. Op dat moment is het gemeentehuis verdeeld over drie locaties en ook dat kost veel geld. Gedeputeerde Staten moet eerst onderzoeken of Veenendaal wel financieel sterk genoeg is om de bouw van een nieuw raadhuis te kunnen dragen. Raadslid Van Hardeveld verwijt het College gebrek aan besluitvaardigheid en voortvarendheid, niet alleen wat betreft het nieuw te bouwen raadhuis maar ook wat betreft de annexatieplannen van Gelders Veenendaal. In januari 1956 is al bekend dat de bouw dat jaar niet plaats zal vinden. Maar de kosten zijn in augustus al opgelopen tot 2,2 miljoen en voor de aanleg van het Raadhuisplein is nog eens f 125.000,– nodig.

In november 1956 wordt als onderdeel van het voor Veenendaal-Zuidwest vastgestelde uitbreidingsplan een verbod uitgevaardigd voor het bouwen van loodsen op het spoorwegemplacement. Dat verbod wordt tevens ingegeven door de bouw van het nieuwe raadhuis in de onmiddellijke omgeving, want ook Gedeputeerde Staten zijn van oordeel dat dergelijke loodsen een ontsiering zouden vormen voor het nieuwe raadhuis. Maar de Spoorwegen tekenen beroep aan bij de Kroon en worden in het gelijk gesteld. De beoogde locatie aan de Kerkewijk is nu niet langer meer aantrekkelijk. Het nieuwe raadhuis zou visueel te zeer in contact komen met een industrieterrein. Daarom wordt een nieuwe locatie gekozen: aan het eind van de Sandbrinkstraat ongeveer 200 meter achter het postkantoor. Maar er gaan maanden over heen tot over een nieuwe locatie een definitief besluit wordt genomen. Dat duurt nog tot april 1960. De kosten van de bouw zijn intussen opgelopen tot een bedrag tussen de drie en vier miljoen gulden. Hoewel nog steeds niet met de bouw begonnen wordt, krijgen de nieuwe straten Raadhuishuisstraat en Raadhuisplein al hun naam.

Op 7 juni 1961 schrijft de Vallei dat het gemeentebestuur de afgelopen jaren steeds bot ving bij het Ministerie van Volkshuisvesting voor een vergunning voor het bouwen van een raadhuis. De krant vraagt zich af of het College niet harder met de vuist op tafel had moeten slaan. Door de switch naar een andere locatie moest opnieuw de goedkeuring van het Rijk worden aangevraagd en die kwam maar niet af. De Commissie Beoordeling Bouwplannen Lagere Publiekrechtelijke Lichamen heeft een grote stem in de affaire en die verklaart dat de bouwmarkt overspannen zou zijn. Waarom er wel een vergunning voor de bouw van een nieuwe rusthuis en een nieuwe school wordt gegeven, is voor iedereen een groot raadsel.

In 1963 houden een aantal prominente Veenendalers een handtekeningenactie onder de bevolking. Zij willen weten waarom de Veense bevolking zolang in het ongewisse wordt gelaten. Ook is er nog steeds twijfel over de locatie. De gemeente heeft klaarblijkelijk de Frisiavilla gekocht en nog even wordt er aan gedacht hier het nieuwe gemeentehuis te bouwen. Maar de koop gaat niet door en het comité eist een definitieve plaatsbepaling, men wil dat er opdracht tot aanbesteding wordt gegeven en men wil een streefdatum waarop het raadhuis klaar moet zijn. De bouwkosten zijn al opgelopen tot f 5.740.000,–. In juni 1964 gaat de gemeenteraad zonder veel protest maar met tegenzin akkoord met de uitgave van ruim 5,5 miljoen ondanks het feit dat dat zeker op een belastingverhoging van de Veense burger zal uitdraaien. Iedereen is het lange traject beu.

In september 1964 wordt een lening aangegaan van twee miljoen en nog net in 1964 komt eindelijk de rijks goedkeuring af voor de bouw van het nieuwe raadhuis. Het Veenendaalse bouwbedrijf Boers blijkt de laagste inschrijver te zijn. Maar eerst wordt huize Linquenda geschikt gemaakt voor het huisvesten van de afdelingen Bevolking, Burgerlijke Stand en Militaire Zaken. Dat kan niet meer wachten tot het raadhuis over een jaar of drie klaar zal zijn. En dan gaat op maandag 25 januari 1965 eindelijk de eerste spade de grond in. Hoewel zich hier en daar een vertraging voordoet, vordert de bouw toch gestaag.

De inrichting van het plein moet op het laatste moment onderhands worden aanbesteed, omdat bureau Van Embden, dat het raadhuis heeft ontworpen er veel te laat mee is. De kosten komen op f 330.000,–.

Op donderdag 14 september vindt de laatste raadsvergadering buiten de deur plaats. Gedurende zeven jaar had men vergaderd in hotel De Korenbeurs.

En dan is het eindelijk zover. Op vrijdag 29 september 1967 wordt het splinternieuwe raadhuis geopend door de Commissaris van de Koningin mr. C.Th.E. Lynden van Sandenburg en hij doet dat door het carillon, dat uit 23 klokken bestaat, in werking te stellen. Er wordt een feestelijk programma georganiseerd voor de opening. Op vrijdagmorgen vindt op het Raadhuisplein een concert door harmonie Caecilia plaats, ’s middags wordt een receptie gehouden en ’s avond kan men genieten van de muziek door The Music Mixers. Daarna wordt een groot vuurwerk afgestoken. De volgende dag krijgt de Veense bevolking de gelegenheid het nieuwe gebouw te bezichtigen.

Adriaan P. de Kleuver schenkt zijn verzameling pre-historische stenen als decoratie in het nieuwe Raadhuis. Het aanbod wordt dankbaar geaccepteerd. De verzameling zal worden uitgestald in vitrines en is ongeveer f 5.000,– waard. De gemeente schaft ook een aantal kunstwerken aan, zoals bijvoorbeeld de beeldengroep “Vergadering” van beeldhouwer Paul Kingma en het kunstwerk “De Heraut van Ubbo Scheffer. De Veense kunstenaar Hedda Buys levert een houtreliëf van twee meter bij zeventig cm aan.

Bijna 30 jaar zijn verstreken nadat de eerste plannen werden gemaakt.