1945
1931
De Mobilisatie in Veenendaal
1939
In augustus 1939 viel Duitsland Tsjecho-Slowakije binnen. Het Nederlandse leger besloot daarop te mobiliseren, zodat Nederland klaar was voor een oorlog. En ofschoon Nederland formeel neutraal was, bereidde men zich voor op een vijand uit het oosten. De ligging van Veenendaal midden in de Grebbelinie maakte verregaande maatregelen noodzakelijk. Veenendaal werd overspoeld met militairen. In hoofdzaak waren zij van het 10e Regiment Infanterie (RI) met aan het hoofd luitenant-kolonel P.J. van den Briel. Andere regimenten waren gelegerd in de Middelbuurt, de Rode Haan en Emminkhuizen. Om het die vijand zo moeilijk mogelijk te maken, werd in september 1939 het gebied ten oosten en zuiden van Veenendaal geïnundeerd door de Grebbesluis bij Wageningen open te zetten. Het gebied tussen Veenendaal en Wageningen kwam daardoor enkele tientallen centimeters onder water te staan. In de strenge winter van 1939/1940 veranderde het geïnundeerde gebied in een grote ijsvlakte, waardoor het mogelijk was om van Veenendaal naar Wageningen te schaatsen. Koningin Wilhelmina kwam de situatie persoonlijk bekijken. Ze bracht een onverwachts bezoek aan Veenendaal, waar ze zich in de Ritmeesterfabriek liet voorlichten.
Ongeveer 2000 soldaten van het 10e Regiment Infanterie (10 R.I.) werden in Veenendaal gelegerd. De officieren sliepen in hotel De Korenbeurs en bij belangrijke inwoners, maar gewone soldaten verbleven in scholen en op boerderijen. Ze werden een vast onderdeel van het straatbeeld. De meeste militairen kwamen van buiten Veenendaal, maar een uitzondering hierop was Kees Stip, de bekende Veense dichter. Overste Van Briel was ingekwartierd bij de burgemeester, maar at ook vaak bij De Korenbeurs. Hij was vegetariër, maar de kok van De Korenbeurs had in de drukte niet veel op met vegetariërs, dus schepte hij soep uit de pan, klopte er een ei door en serveerde dat tot volle tevredenheid van de overste als vegetarische soep. Dat ging goed tot de overste een bot in zijn soep vond. Niet veel mensen hebben ooit een dergelijk staaltje vloeken aangehoord.
De gemobiliseerde soldaten schikten zich in de situatie. Aan De Klomp werd in de stallen van Hupkes een bar gebouwd en aan de Munnikenweg verrezen vier barakken. De voorste diende als kantine, de achterste werd gebruikt als keuken. Er werden ontspanningsavonden georganiseerd in Eltheto en daar was ook het Protestants Militair tehuis gevestigd. Overal in Veenendaal werden door de militairen stellingen gebouwd in de hoop de vijandelijke opmars te vertragen. Op het landgoed Prattenburg werden vier geschutstellingen met verbindingsloopgraven gebouwd. Een van de taken van de gemobiliseerde soldaten was het dagelijks openhakken van de ijsvlakte, want zoals de Veenendalers over het ijs naar Wageningen konden schaatsen, konden de Duitsers ook via het ijs Veenendaal bereiken. Het was een strenge winter, dus werd dit een dagelijkse taak. Aan de Kerkewijk, ter hoogte van het huidige Petenbos, werd een hulpverbandplaats aangelegd. Deze plaats was dermate goed ingericht, dat zelfs het Nederlands Nieuws van het bioscoopjournaal een kijkje kwam nemen.
Maar ondanks alle voorzorgsmaatregelen vielen de Duitsers op 10 mei 1945 toch Nederland binnen.