Veenendaal wordt pas op 9 mei bevrijd

1945

Terwijl veel plaatsen in de omgeving al bevrijd waren (Ede, Ederveen, Barneveld en Wageningen bijvoorbeeld op 17 april 1945) liet de bevrijding van Veenendaal op zich wachten. Zelfs toen plaatsen als Utrecht (6 mei) en Amsterdam (7 mei) waren bevrijd, bleef Veenendaal een bezette enclave in bevrijd gebied. De in Veenendaal gelegerde Nederlandse en Duitse SS-ers maakten de dienst uit. Ze hadden in Veenendaal een uitgaansverbod ingesteld. De SS patrouilleerde door de Veenendaalse straten en er heerste die laatste dagen een gespannen sfeer.

Het was een bizarre toestand, die onder meer werd veroorzaakt door de aanwezigheid van nogal wat Hollandse SS’ers die lak hadden aan Geneefse capitulatie voorwaarden. Op de dag dat de Duitse troepen capituleerden in Hotel de Wereld in Wageningen, werd in Veenendaal op 6 mei de Vaartbrug per ongeluk door de Duitsers opgeblazen. De twee SS-ers die net op de brug liepen, overleefden het niet. De directe weg naar het zuiden, naar Rhenen, was daardoor geblokkeerd. Mevrouw Ali Brouwer, echtgenote van makelaar Henk Brouwer en woonachtig aan de Kanaalweg, omschreef de explosie in een brief aan de familie als volgt:

Weer een sensatie beleefd! We waren thuis uit de kerk en zaten brood te eten toen plotseling een ontzettende slag ons deed opvliegen en naar de kelder vluchten. Ik zag door het groote raam een wolk van glas, puin en stof naar binnen vliegen. Toen we in den kelder niets meer hoorden zijn we gaan kijken en wat bleek toen? De brug was er uit! Toch nog opgeblazen. De ravage is vreeselijk. We hadden tijdens de wapenstilstand de salon schoongemaakt en daar de ruiten stuk waren, de winterramen ervoor gedaan. Nu was het groote raam naar buiten gevallen en… heel gebleven, maar ’t zijraam was stuk en er lag een kei grooter dan een kinderhoofd midden in de salon. De rommel was onbeschrijflijk. Met de straatbezem hebben we de kamer uitgebezemd. Van de meubels gelukkig niets stuk. Achter ’t huis ook ravage, de schutting kapot, een stuk van ’t hek van de brug lag bij de poortdeur. ’t Is wel waarschijnlijk dat het een ongeluk is geweest, er zijn twee moffen bij omgekomen. In stukken geslagen. We zijn straks bij de brug gaan kijken. Je kunt je geen voorstelling van de ruïne maken. Als we nu naar ’t dorp willen, moeten we een grote omweg maken.

Toen op 7 mei enkele leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) poolshoogte wilden gaan nemen in Veenendaal, raakten ze bij de Buurtsteeg in gevecht met de SS. Drie BS-ers kwamen daarbij om. De volgende dag, 8 mei, trokken de eerste geallieerde soldaten op naar Veenendaal. Na enkele gewapende schermutselingen trokken ze zich echter weer terug. Op woensdag 9 mei kwamen ze terug, nu met enkele Sherman tanks en pantserwagens. Eind van de middag uur rolden de tanks over de Nieuweweg, via de Hoofdstraat, naar de Markt. Het noordelijke deel van Veenendaal, tot het Omleidingskanaal was bevrijd. Het zuidelijke deel volgde de volgende ochtend.

De Engelse majoor Lockett, die de bevrijding van Veenendaal leidde, herinnerde zich later: “Het leek wel alsof alles verlaten was. Opeens, ik begreep er niets van, werden we bijna ondersteboven gelopen door mensen die uit deuren renden en uit de ramen sprongen. Mijn chauffeur kon gewoon niet verder. We probeerden van alles om ze van de jeep te krijgen. Eindelijk lukte ons dat en mijn chauffeur zei op de terugweg: “Zo benauwd heb ik het nog nooit gehad!” Na aankomst in Veenendaal had majoor Lockett in het gemeentehuis een onderhoud met waarnemend burgemeester Van Schuppen. Kort daarvoor was burgemeester Van Kuyk uit zijn ambt gezet. Na het gesprek in het gemeentehuis, spraken zowel Lockett als burgemeester Van Schuppen de Veenendalers op de Markt toe. Het precieze tijdstip van de bevrijding werd door de burgemeester doorgegeven aan de Militaire Commissaris voor Utrecht-Oost: 9 mei 1945 om 16.45 uur. In de dagen tussen 5 en 9 mei namen de Duitse en Nederlandse SS-ers nog alles onder vuur wat zij tegenkwamen, want in Veenendaal gold een uitgaansverbod. Z

Ook uit de brief van mevrouw Brouwer: Het ophalen van de N.S.B.’ers was ook om niet te vergeten. Toen ze die kerel haalden die voor een paar jaar Henk (haar man) twee tanden uit z’n mond sloeg, dachten we dat het volk hem zou vernielen. Ze vlogen als wilde dieren op hem af. Henk zelf heeft hem moeten beschermen, anders was hij gelyncht. Nu moeten ze werken voor ons. Ze zitten gevangen in de kelder van Eltheto en de vrouwen en moffenmeiden in een van de fabrieken. Voedsel is nog niet gedistribueerd. Hopelijk morgen of Dinsdag. Er is geen brood meer, niets. Een schaduw is dat er hier typhus is uitgebroken, wat ook geen wonder is. Vanaf Woensdag kan men zich laten inenten. Wij zijn ’t ook van plan. Er zijn nu al ± 30 gevallen, ook al met doodelijke afloop. Gelukkig hebben we weer water van ’s morgens zeven tot een uur of een. We hopen dat de ziekte tot staan zal komen.  Maar verder hebben we reden tot groote dankbaarheid

Ruim vijf maanden later, op 15 oktober 1945, besloot de Commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht Van Kuyk met onmiddellijke ingang te schorsen in zijn functie van burgemeester van de gemeente Veenendaal. Hij zou zich “te dienstbaar aan de bezetter” hebben opgesteld. Hem werd een vermoede nationaalsocialistische overtuiging en het ontbreken van de juiste houding gedurende de oorlog ten laste gelegd. Van Kuyk zelf vond dat hem met zijn ontslag groot onrecht werd aangedaan. Hij bleef van mening dat “als hij zou zijn weggegaan, het voor Veenendaal veel slechter zou zijn geworden”. Het beleid van de bezetter was immers, dat er na het vertrek van een wethouder/burgemeester een NSB-bestuurder werd benoemd. Dat in Veenendaal niet iedereen achter de diskwalificatie van Van Kuyk stond, is ook duidelijk. In 1949 werd door de Vereniging Oranjedag nog een poging gewaagd om Van Kuyk te rehabiliteren, maar Van Kuyk is daar niet meer op ingegaan.

Waarom werd Veenendaal zo laat bevrijd? In Veenendaal in de Tweede Wereldoorlog door Jan Hoedeman staat een mogelijke verklaring: “De Britten van de Polar Beardivision die rond Veenendaal gelegerd waren, waren artilleristen die als infanteristen moesten optreden. Ze hadden weinig ervaring in het zuiveren van een groot gebied. De SS-ers zaten verspreid in klein groepjes over een strook van Doorn tot aan De Klomp. Ze waren moeilijk te lokaliseren door een geallieerde groep met weinig infanterie-ervaring. Verder moet een rol hebben gespeeld dat deze soldaten aan het einde van de oorlog niet nodeloos wilden sneuvelen voor een paar loslopende SS-ers”.

J. van Barneveld, M. Brink en H. Diepeveen geven in het boek Dorp in het Duister een ietwat andere verklaring: “Waarom kwamen de geallieerde legers niet eerder naar ’t Veen? Immers, op papier was ons land op 5 mei al vrij. Het antwoord is eenvoudig. De geallieerde legers lieten de Wolkammersplaats in het midden liggen. Men verwachtte van hier uit geen tegenstand, pas nadat een bode naar de Engelsen in Lunteren gezonden was op die zevende mei, kwamen de legers in actie. Tenslotte zij opgemerkt dat Veenendaal niet aan een grote weg ligt. Aan de zuidzijde loopt de grote weg langs Amerongen, Leersum, Elst en Rhenen en aan de andere kant vinden we de oude Rijksweg Arnhem-Ede-Veenendaal. Vanaf deze wegen trokken de geallieerde legers op en “vergaten” daarbij ’t Veen met de bekende verstrekkende gevolgen voor de bevolking”.

Wie het weet, mag het zeggen!