Waarom Veronie niet meer naar school mocht.
Veronie van Essen, in 1941, een vrolijk 13 jarig meisje op een klassenfoto.
Ze zat in de tweede klas van de ULO op de Kerkewijk. Die school was vlakbij haar huis, want ze woonde met haar ouders en zus Elly op de Kanaalweg. Het ging goed met haar op school, wellicht had ze al een idee over wat ze later wilde worden. Misschien was dat toen nog te ver weg en was ze meer bezig met het leuke schoolleven en vriendinnen. Maar met ingang van 1 september 1941 mocht Veronie, niet meer naar school. Niet vanwege haar gedrag of omdat haar leerprestaties onvoldoende waren, maar alleen maar omdat ze Joods was. Op 1 september 1941 verbood de Duitse bezetter Joodse leerlingen om naar een niet-Joodse school te gaan. De schooldirecteur van de ULO was het daar absoluut niet mee eens, maar werd onder druk gezet. Aanvankelijk gaf hij Veronie nog bijles. Maar toen dat ook niet meer mogelijk was zat Veronie eenzaam thuis op de Kanaalweg en zag elke dag haar vroegere klasgenootjes voorbij haar huis naar school gaan.
De vrijheid van Joodse mensen werd steeds verder beperkt. In juni 1941 verschenen er overal in het land bij sportvelden, parken, zwembaden, theaters en alle andere openbare gelegenheden bordjes met het opschrift; ‘Verboden voor Joden’ In mei 1942 moest Veronie op al haar kleding een grote gele Davidster naaien. Toen ze haar vroegere klasgenootje Annie tegenkwam zei ze dat ze dat rare ding niet af durfde te doen. “Want anders krijgen we straf” Het werd alleen maar erger voor onze Joodse landgenoten. Velen werden opgepakt en gedeporteerd naar Westerbork en daarna naar de vernietigingskampen. Op 30 juli 1943 was het ook zo ver voor Veronie, haar ouders en zus. Ze werden alle vier vermoord in Auschwitz. Veronie was toen evenals Anne Frank 15 jaar.
102.000 Nederlandse Joden, Sinti en Roma werden vermoord door de rassenwaan van het nationaal-socialisme. We mogen dat nooit vergeten en ons ervan bewust zijn dat er nog steeds rassenhaat is. Dat is ook een waarschuwing zijn voor ons en toekomstige generaties. Holocaustoverlevende Primo Levi zei: ”Het is gebeurd, dus het kan weer gebeuren”
De Duitse kunstenaar Gunter Demnig vond dat we de namen van zijn in de oorlog vermoorde landgenoten niet mochten vergeten. Hij ging in 1992 voor het eerst Stolpersteine (struikelstenen) maken. Dat zijn kleine messing plaquettes die in de stoep gelegd worden voor huizen waar tijdens de Tweede Wereldoorlog mensen zijn weggevoerd en vermoord. Op de Stolperstein staat de naam, het geboortejaar, datum en plaats van deportatie en datum en plaats van overlijden. Dit project van Gunter Demnig groeit nog steeds. In 31 Europese landen liggen nu, 34 jaar later, al 116.000 Stolpersteine . In Veenendaal liggen er momenteel 14 waaronder 4 voor Veronie, haar zus en ouders. De werkgroep ‘Stolpersteine’’van de Historische Vereniging Oud Veenendaal heeft als opdracht te onderzoeken of er nog meer geplaatst moeten worden.
Maak eens een wandeling langs de Stolpersteine. Je struikelt er niet over, sta even stil, buig wat voorover om de tekst te kunnen lezen en maak zo een buiging uit respect. Ze liggen op 7 adressen: Hoofdstraat nummer 42, 53 en 100, Prins Bernhardlaan 178, Julianastraat 11, Kanaalweg 14 en Kerkewijk 152